Noordertuin van Antwerpen

Noordertuin van Antwerpen Groen in alle kleuren!

Militair erfgoed

De militaire geschiedenis van de Noordertuin gaat terug tot begin 19de eeuw. Onze regio maakte toen deel uit van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. Toen werden enkele terreinen in de regio gehuurd om er militaire oefeningen te laten plaatsvinden. De Nederlandse Koning Willem I maakte er officieel een schietveld van. Dit was het startsein voor een rijke geschiedenis op gebied van militaire aanwezigheid. Eerst onder Nederlandse en vervolgens onder Belgische vlag. In de loop der jaren verschenen verschillende forten die militaire doelwitten moesten beschermen of als buffer rond de stad Antwerpen moesten dienen. Door de reorganisatie bij landsverdediging is de actieve aanwezigheid in de Noordertuin wel fel gezakt. Volgens de laatste berichten huizen nog een 700-tal militairen in het kamp van Brasschaat.

Naast de forten, kazernes, militaire begraafplaatsen, spoorlijnen en monumenten treffen we ook een aantal waardevolle natuurgebieden aan zoals het Groot en Klein Schietveld of de Antitankgracht. Hieronder een overzicht van de zaken die je momenteel allemaal terugvind verspreid over de gemeenten van de Noordertuin. Enkel in Essen is dit iets minder. Hier heb je wel de verhalen van het smokkelgebeuren tijdens de oorlog. Maak kennis met de legendes van de strontpaal en Klaveren Vrouwke.

Jaarlijks heb je ook tal van evenementen die herinneren aan de militaire aanwezigheid zoals de mars van de artillerie, taptoe van Brasschaat, boeiende wandelingen met smokkelverhalen, herdenkingen, …

Meer dan de moeite om te ontdekken!

In de periode ‘14-’18 organiseren Kalmthout en Essen een project rond den doodendraad. Lees er op hun website alles over! www.dendoodendraad.be

ERFGOED:

Fort van Brasschaat

Maakt deel uit van de buitenlinie van de verdedigingsgordel rond Antwerpen. In de jaren ‘70 heeft men getracht het fort op te blazen maar zonder succes. Hierop werd besloten het het fort gewoon achterlaten in de toestand dat het was. Sindsdien is het de verblijfplaats voor vleermuizen en hebben de diertjes zelfs de interesse weten te wekken van het koninklijk hof.

Fort Ertbrand

Dit fort te Kapellen werd gebouwd in 1908 en is gelegen in de Oude Galgenstraat. Het heeft de vorm van een trapezium en bestaat uit drie delen: hoofdfront, keelfront en zijfronten. Het geheel wordt omringd door een brede gracht van 40 à 50 meter. Na de Eerste Wereldoorlog werd het fort opgeknapt en voorzien van een antigas uitrusting. Na de Tweede Wereldoorlog werd het fort gebruikt door de Belgische ontmijningsdienst voor het vernietigen van oude springstoffen en munitie. Resultaat is dat het fort grotendeels vernield werd. Momenteel is het in privé-bezit.

Fort Ertbrand

Fort van Kapellen

Aan de bouw van het fort werd gewerkt tussen 1893 en 1897. Het werd gebouwd met de bedoeling zo de belangrijke spoorlijn Antwerpen-Roosendaal onder vuur te kunnen houden. Later volgden nog weinig aanpassingen, enkel werd op de hoofdwal een mitrailleurbunker met twee schietkamers gebouwd. Thans doet het fort dienst als depot voor het Koninklijk Legermuseum in het Brusselse Jubelpark. In het fort van Kapellen staan de overtollige pantservoertuigen, trucks en jeeps.

Fort van Stabroek

Het fort van Stabroek was het 1ste pantserfort in Antwerpen en moest bestand zijn tegen geschut van 22 centimeter. De bouw startte in 1902 en voltooid in 1908. Voltooid is echter een groot woord omdat er nooit zwaar geschut werd geplaatst. Tijdens de Eerste Wereldoorlog was de belegering 10 dagen bezig toen op 7 oktober 1914 het bevel tot evacuatie gegeven werd door Koning Albert I. Vlak voor de Tweede Wereldoorlog probeerde het Belgische leger de fortengordel nog weerbaar te maken met een Antitankgracht, maar dit heeft de Duitse opmars niet kunnen tegenhouden. Op 2 april 1947 verloor het fort haar status als verdedigingswerk.
Abtsdreef, 1940 Stabroek

Schans van Smoutakker (Stabroek)

Deze schans maakte als tussenfort deel uit van de Versterkte Stelling rond Antwerpen. een imposante fortengordel, gebouwd in het begin van de 20ste eeuw, die Antwerpen en haar haven moest beschermen tegen vijandelijke invallen. Helaas was de Schans van Smoutakker slechts een kort leven beschoren.

Door een onverwachte hevige explosie vloog het fortje op 10 oktober 1914 volledig de lucht in en werd het herschapen tot een ruïne. In 1999 kocht Natuurpunt de site aan als natuurgebied.
Hoogeind, 1940 Stabroek

Coppenskazerne

Beter bekend als de Cavallerieschool van Brasschaat. Deze militaire school werd in 1920 gebouwd en vormde ruiters. De kazerne werd grotendeels verwoest door V1 en V2 bommen op het einde van de Tweede Wereldoorlog door vergeldingsacties van de Duitsers. Pas in 1950 werd de kazerne terug opgebouwd en tot in 2007 bleef ze in gebruik. Aan de achterzijde van de Coppenskazerne liggen restanten van twee koepels. Het metselwerk is nog intact en de onderbouw van de koepels zijn nog toegankelijk. Ze dateren van eind 19de  eeuw en vormden de oefenplaats voor de vestigingsartillerie. Momenteel worden de koepels gebruikt om voertuigen te testen op hun baanligging op grote hellingen. Momenteel is de overdracht van de Coppenskazerne een feit en is de verkaveling van de officierenwijk volop aan de gang. Eveneens achter de kazerne begint het Groot Schietveld.

Groot Schietveld

Een van de schietvelden die vandaag nog intensief gebruikt wordt door landsverdediging. Ook de politie van de verschillende omringende politiezones komen er schietoefeningen houden. Dit oefenterrein is uit veiligheidsoverwegingen niet toegankelijk voor het publiek. Door deze ontoegankelijkheid heeft de natuur zich hier op unieke wijze weten te handhaven. Zo heeft hier zich onder andere een adderpopulatie gevestigd ter hoogte van de Brechtsebaan. Door het uniek ecosysteem lopen verschillende studieprojecten in het Groot Schietveld. Hiervoor heeft het ministerie van landsverdediging een samenwerkingsakkoord afgesloten met het agentschap van waters en bossen.

Klein Schietveld

Vanuit het standpunt van militair erfgoed is dit interessanter dan het Groot Schietveld. Het is tevens het oudste van de twee domeinen. Hoewel reeds in gebruik sinds 1820 wordt het pas in 1852 eigendom van de Belgische Staat. Om tot het huidige gebied te komen volgde de ene onteigening na de andere en deze hielden aan tot in 1959. Op een zeker ogenblik raakte het gebied de noordgrens met Kalmthout. Hier stopte de uitbreidingen daar de Kalmthoutse grond een pak duurder bleek om te onteigenen. Voornaamste overblijvende getuige van de schietoefeningen met zware vuurwapens op dit terrein is het keienfortje, ook wel hertenfortje genoemd. Het bouwwerkje werd als doelwit gebruik voor het testen van de zwaarst gekende kalibers in 1886. Op basis van de resultaten werd de betonsamenstelling op punt gesteld waarmee de forten van Luik en Namen werden gebouwd. Vanaf 1894 vinden de schietoefeningen plaats op het Groot Schietveld. Hierdoor kwam er ruimte voor andere activiteiten op dit domein. Er wordt een mees voor officieren geplaatste en ook een ijskelder die bijna nog geheel intact is. Verder worden logementblokken opgetrokken langsheen de grenzen van dit park. Tussen 1910 en 1914 krijgt het kamp stilaan zijn huidige vorm. Kanon en paard krijgen een centrale rol in de opbouw van het kamp. Naast stallen komen 4 grote logementblokken en enkele administratieve gebouwen. Meteen wordt de aankoopdienst voor paarden voor gans het Belgische leger gevestigd in Brasschaat. Als gevolg hiervan wordt het ganse kamp volgebouwd met maneges en stallen. Rondom het kamp volgde eenzelfde reflex en schoten maneges als paddenstoelen uit de grond. Tijdens de zelfde periode wordt het eerste militaire vliegveld aangelegd en niet veel later ziet de eerste vliegschool het licht. In 1911 vlogen de eerste militaire vliegtuigen van die tijd, de Farmans, boven Brasschaat. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd op de landingsstrip een krijgsgevangenkamp opgericht door de Duitsers. Na de oorlog wordt een school voor licht vliegwezen geïnstalleerd die in 2006 zou sluiten. Binnen de omheining van het oude kamp vinden we het artilleriemuseum dat te bezoeken is mits toestemming van de kampcommandant.

Antitankgracht

Gracht van ongeveer 9 meter breed die werd gegraven ter verdediging van Antwerpen. De gracht loopt van het Albertkanaal in Oelegem tot aan de Schelde in Berendrecht. Bedoeling was dat pantservoertuigen zich zouden vastrijden in de gracht en zo uitgeschakeld konden worden. Eigenlijk was het principe reeds voorbijgestreefd wanneer de gracht operationeel was. De gracht was uitgerust met een pad langs beide oevers. In de jaren ‘70 wilde de overheid een duwvaartkanaal laten graven maar dit ging uiteindelijk niet door wegens protest van de bevolking. De natuur kan er sindsdien zijn vrije loop gaan en thans is het een geklasseerd natuurgebied.

Militaire spoorlijn Kapellen - Brasschaat

Om de forten te bemannen met manschappen en munitie werd reeds voor de Eerste Wereldoorlog een militair spoor aangelegd. Dit smalspoor liep van Lier langs Schilde naar Schoten en met een draaibrug over het kanaal naar Turnhout. Via het park van Brasschaat liep het naar Kapellen. Tijdens de Eerste Wereldoorlog verlengden de Duitsers de spoorlijn tot Zandvliet en ook naar Brasschaat-Polygoon. Tijdens het interbellum werd er nog een nieuw spoor aangelegd tussen Kapellen-Station en Brasschaat-Polygoon, er kwam ook een aftakking naar de kazerne van Hoogboom.

Winters Bridge

Na de definitieve bevrijding van Lochtenberg in Sint-Job-in’t- Goor waren de Canadezen gestart met de bouw van een zware noodbrug ter vervanging van de vernielde draaibrug aan Sas 4. De benaming “Winters Bridge” verwijst naar korporaal Lance Winters van de Canadese genietroepen die op 1 oktober 1944 om het leven kwam tijdens de voorbereiding van deze brug. Samen met hem sneuvelden nog 7 andere soldaten.

MONUMENTEN EN BEGRAAFPLAATSEN

Tegenover het  oud-gemeentehuis van Kapellen staat “De treurende moeder”. Een monument voor de gesneuvelden in 1926 opgericht en van de Mechelse beeldhouwer Theo Blickx. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd het beeld ernstig beschadigd maar als stil teken van vrede werd het nooit hersteld.

Op het Heidestatieplein van Kalmthout vinden we het “Monument van de erkentelijkheid”. Op een plateau van arduin van 12m bij 3m staan 2 levensgrote bronzen mannenfiguren tegenover elkaar. De ontmoeting verwijst naar de aankomst van de Canadese troepen op 8 oktober 1944 en de bevrijding van Kalmthout na een bittere strijd op 21 oktober 1944. De beelden zijn van de hand van Xavier De Wulf en zijn geïnspireerd op de Canadese bevelhebber Kolonel Witthacker en de verzetstrijder Eugène Colson.

Vlak naast “De Vroente” staat sinds 4 mei 2008 een kanon als oorlogsmonument, ter herinnering aan de verdediging tegen de Duitse V-bommen aan het einde van WO II. Dit uniek en zeldzaam oorlogsmonument is geen replica maar een echt en op schitterende wijze gerestaureerd 90 mm luchtafweerkanon. Het maakte deel uit van het “anti-flying bomb commando Antwerp X” onder bevel van de Amerikanse brigade-generaal Claire Armstrong en is nu geplaatst vlakbij de historische plaats waar het stond in 1945 m.n. in de buurt van het ven de Putse Moer in de Kalmthoutse Heide.

Kanon aan de Vroente

Het “Polar Bear Monument” kan je bezoeken aan de Kruisweg te Wuustwezel. Het werd opgericht ter nagedachtenis van de gesneuvelde soldaten van de 49th West-Riding Infantry Division en kwam er op initiatief van de plaatselijke NSB. In totaal sneuvelden 105 Britse soldaten bij de bevrijding van Wuustwezel waarvan 97 Polar Bears. Het beeld is het werk van Gozewijn Devillé en is uit Franse zandsteen gehouwen. Bij het perk staat een informatiepaneel met info over de bevrijding en kan je het rouwregister tekenen.  Het monument is zeer gekend in Groot-Brittanië en er bestaat een hechte vriendschapsband tussen de Britse veteranen en de Wuustwezelse  bevolking.

In Kapellen-centrum kan je op de begraafplaats een aantal graven van oud-strijders terugvinden. Ze liggen op een afgesloten gedeelte van de begraafplaats waar de Belgische driekleur steeds wappert.

SMOKKELGEBEUREN

In Essen maak je kennis met “Klaveren Vrouwke” en de strontpaal. De Duitse en Nederlandse grenswachten werden vaak bij de neus genomen door de smokkelaars. Als er ’s nachts een vat petroleum of een baal vlas afpakt werden, betekende dat nog niet dat de smokkelaar bij de pakken bleef zitten. Terwijl hun kompanen de Duitsers op café schnaps voerden, hadden de anderen alle tijd om toe te slaan. De volgende ochtend vonden de Duitsers dan een leeg vat, een vat met water of een baal klodden of lemen in plaats van de buit die ze de vorige nacht hadden aangeslagen. Klaveren Vrouwke is een van de bekendste smokkelaars uit de periode van de Eerste Wereldoorlog. Klaveren Vrouwke of Gerard Schrauwen deed zich op een van zijn smokkeltochten voor als militair. Hij kon het echter niet laten de grenswachten te paard te inspecteren. De soldaten sprongen in het gelid, salueerden, om er pas later achter te komen met wie ze in werkelijkheid te doen hadden. De bevolking verkneukelde zich dan ook als ze die stoutmoedige verhalen hoorden over de smokkelaar die de bezetter voor schut zette. De man was een meester in het vermommen en zo komt hij aan de bijnaam Klaveren Vrouwke wanneer hij zich op een keer verkleedt in een oud vrouwtje. Aan de Belgische zijde van de grens was hij een held en aan de andere zijde aartsvijand nummer één. Op 5 mei 1916 kwam een einde aan zijn roem toen hij werd neergeschoten nabij de “strontpaal”. Deze arduinen tussengrenspaal werd gebruikt door grenswachters om hun behoefte achter te doen.

Op de strontpaal kerfden de grenswachters de initialen “KV”. In 1973 verdween de strontpaal door toedoen van de nabestaanden van Gerard Schrauwen. Thans staat de paal terug op zijn vertrouwde plaats en herinnert aan de legende van Klaveren Vrouwke.

Tijdens het begin van de Eerste Wereldoorlog beginnen de Duitsers aan de plaatsing van een draadversperring tussen Nederland en België, die loopt over een afstand van bijna tweehonderd kilometer van de Belgische kust tot aan het drielandenpunt in Vaals. De draadversperring moet smokkel en spionage voorkomen. De draad staat onder hoogspanning: wie de draad aanraakt, sterft meestal een gruwelijke dood. Niet voor niets wordt de draad in de volksmond de ‘dodendraad’ genoemd. Naar schatting heeft de draad tussen de vijftienhonderd en tweeduizend slachtoffers gemaakt. Spionnen, smokkelaars en vluchtelingen, maar ook onschuldige kinderen die de draad per ongeluk aanraakten. In 1915 waren de meeste mensen nog onbekend met elektriciteit. De dodendraad volgt niet de landgrens, maar een rechte lijn. Essen wordt hierdoor volledig van de buitenwereld afgesloten. Aan de zuidkant is er de dodendraad. En in het noorden wordt Nederland eveneens afgescheiden door een draadversperring; deze staat weliswaar niet onder hoogspanning, maar wordt wel streng bewaakt. Essen komt in een soort niemandsland te liggen en de inwoners moeten smokkelen om te overleven. De dodendraad liep ook op het grondgebied van Kalmthout. Delen van het tracé zij onder meer terug te vinden in de lange rechte weg (parallel aan de Putsesteenweg) waarover een stukje van de Grensparkfietsroute loopt. Kanttekening bij de vele doden zijn de vele mensen die wel succesvol voorbij deze barrière geraakten. Dit aantal wordt geschat op 25 000. Zo waren vele Kalmthoutenaren ‘passeur’ van beroep met als doelstelling zoveel mogelijk mensen aan de andere kant van de draad te krijgen. Aan de Putsesteenweg tegenover de Cuylitshofstraat bevindt zich een kleine kapel, het “vluchtkapelletje”, dé plek bij uitstek waar toen Belgische werkweigeraars of soldaten die via Nederland en Groot-Brittannië naar het front wilden, de dodendraad overstaken en doorheen de Kalmthoutse Heide het vrije Nederland bereikten.